Ellis

Maandagmiddag. Ik sta op ’t station in Amersfoort en heb nog een half uurtje voordat mijn trein vertrekt. Op het perron waait een koude wind dus ik besluit rond te neuzen in het warme boekwinkeltje.

Mijn ogen glijden langs de bladen in het rek. De nieuwe Flow! Altijd leuk. De vrouw naast me denkt hetzelfde en we reiken tegelijk naar het blad. We schieten in de lach.
“Ga je gang.”
“Nee, doe jij maar.”

Met uiteindelijk ieder een exemplaar in de hand, bladeren we het tijdschrift door. Nu hadden we de verbinding kunnen verbreken, ieder weer terug in haar persoonlijke zone, maar we raken in gesprek. Over hoe leuk het blad is met al die doe-dingen hoewel we ze lang niet altijd doen.

Op mijn opmerking dat ik de mindfulness special helaas heb gemist, reageert ze spontaan:
“O ja? Mijn vriendin heeft twee exemplaren en wil er een verkopen. Ik kan vragen of ze ‘m voor jou wil bewaren.”
“Als je zou willen, heel graag. Waar woont ze?”
“In Harderwijk.”
“Ik woon in Apeldoorn maar ben van de week in Harderwijk om een paar dansschoenen op te halen dus dan zou ik in een moeite bij haar langs kunnen”, redeneer ik praktisch.
“Nou”, zegt ze, “ik moet overmorgen in Apeldoorn zijn dus ik kan die schoenen ook voor je ophalen? Neem ik de Flow meteen mee en spreken we bijvoorbeeld op het station af?”

Met een mengeling van verwondering, verlegenheid en een tikje ongeloof kijk ik haar aan. “Zou je dat echt willen doen?”
“Ja natuurlijk, dat is net zo handig.”
Opeens zie ik dat mijn trein op het punt van vertrek staat. Ze vraagt om mijn visitekaartje, we schudden elkaar de hand en dan moet ik rennen om mijn trein te halen.

Twee dagen later sta ik op een koud en regenachtig station Apeldoorn. In mijn hand een bos bloemen. Voor Ellis, die elk moment kan arriveren. Met de dansschoenen die ze voor mij heeft opgehaald én de Flow van haar vriendin. Ik kan er nog steeds niet over uit dat ze dit voor mij,  een voor haar totaal vreemde vrouw, doet,. Als ze de lift uitstapt, zie ik dat ze ook nog op krukken loopt.

Haar vriendelijke, open gezicht straalt me tegemoet. Er volgt een hartelijke begroeting, alsof we elkaar al jaren kennen. Als ik voorstel haar een lift te geven naar haar eindbestemming reageert ze blij: “Ja, zou je dat willen doen?”
“Ja, duh, jij komt op krukken uit Harderwijk, waar je allemaal spulletjes voor mij hebt opgehaald, dan laat ik je echt niet in de regen het centrum in strompelen.”

Tijdens de korte autorit, leer ik Ellis een stukje beter kennen. Uit haar verhaal  maak ik op dat ze aan de vooravond van een nieuwe stap in haar leven staat: ze is op zoek naar werk maar diep in haar hart wil ze het liefst als zelfstandige door het leven. Door een aantal positieve ervaringen in de afgelopen tijd, begint ze steeds meer te geloven dat ze het kan. Mooi proces. Ik herken me in haar. Op dat punt heb ik ooit ook gestaan. Spannend maar het geeft zo veel energie.

Als we op de plaats van bestemming aankomen, nemen we afscheid met drie dikke zoenen. “Wat een mooi begin van deze dag!”, zegt ze en dan vervolgt ze haar weg. Als ik terugrij naar huis, voel ik me dankbaar voor deze spontane ontmoeting. Haar positieve uitstraling geeft me energie. Ik hoop dat ze haar hart volgt, deze Ellis, want dat zit bij haar absoluut op de goede plek.